Schadelijke componenten uit rookgassen van wkk’s of andere verbrandingsmotoren kunnen grote productieverliezen veroorzaken. Dat is vast komen te staan in ons onderzoek ‘AirQ-Grenzen aan luchtkwaliteit’ van de afgelopen jaren. Nu moet de praktijk met die kennis aan het werk.
Begin met meten
Twee zaken zijn belangrijk. Ten eerste moet worden voorkomen dat die schadelijke stoffen vrij de kas in komen. In de checklist, die het resultaat is van dit onderzoek, staat een serie maatregelen die kunnen worden genomen om dit te voorkomen. Ten tweede is het nu mogelijk om de luchtkwaliteit in de kas te meten. Er is daarvoor een handzaam apparaat ontwikkeld dat in de kas aan een paal kan worden geïnstalleerd.
Die meetgegevens geven veel nuttige informatie over de luchtkwaliteit in het gewas. Het apparaat kan op afstand worden afgelezen, en door koppeling met de procescomputer kan de gasdata worden vergeleken met de klimaatinstellingen, maar dit is een tijdrovend proces Het is de bedoeling om een regelstrategie te ontwikkelen op basis van de meetwaarden. Helaas is het projectvoorstel waarin we een generieke meet- en regelstrategie wilden ontwikkelen, afgewezen door de Sectorcommissie Energie van het Productschap Tuinbouw. Dit betekent dat we nu één op één oplossingen voor glastuinbouwbedrijven uitwerken in plaats van dat we werken aan een praktische strategie voor alle glastuinbouwbedrijven. Een gemiste kans, in mijn ogen.
Trends volgen
Ook al is er nog geen regelstrategie beschikbaar, toch is het nu al heel nuttig om een meetapparaat op te hangen in de kas. Op deze manier is het mogelijk om de trends te volgen. Zodra er een afwijking plaats vindt in de gemeten waarden, is het zaak om te kijken of er iets is veranderd in de ventilatiestrategie van de afgelopen dagen of dat er extern iets heeft plaatsgevonden. Zorg ervoor dat de bron van schadelijke stoffen wordt gevonden en neem direct maatregelen, bijvoorbeeld door de ramen tijdelijk minder te openen, afhankelijk van de windrichting.
Het onderzoek van Wageningen UR Glastuinbouw heeft inzicht gegeven in waar de grenzen liggen voor met name paprika. In dat onderzoek is duidelijk geworden dat paprika best even een hogere waarde van bijvoorbeeld NOX kan verdragen. Je kan daaruit niet concluderen dat dat ook geldt voor andere gewassen. Verder zijn er verschillen tussen cultivars en tussen ontwikkelingsstadia. Hoe dan ook, er moet worden voorkomen dat het gewas langdurig wordt blootgesteld aan schadelijke stoffen en ook de medewerkers in de kas.
De productieverliezen door slechte luchtkwaliteit kunnen oplopen tot 5 à 7 procent. Veel telers telen ‘met de handrem er op’ zonder dat zij zich dit bewust zijn. Vaak hebben zij wel een vermoeden dat er iets is, maar wat? Het is nu het moment om actie te nemen en te zorgen voor schone kaslucht.
Het Ministerie van EL & I en het Productschap Tuinbouw financieren dit onderzoek in het kader van het programma Kas als Energiebron.