In een vergelijking tussen bovendoor en onderdoor koelen met luchtunits in de rozenteelt blijkt dat het effect sterk afhangt van de manier waarop wordt gekoeld. Dat blijkt uit de monitoring die DLV Plant heeft uitgevoerd bij Porta Nova in Waddinxveen en Boonekamp Roses in Berkel en Rodenrijs in het kader van het programma Kas als Energiebron. De metingen zijn uitgevoerd in april tot en met november 2009.
Klimatologisch blijkt bovendoor koelen een stabieler klimaat te geven met kleine horizontale en verticale temperatuur- en vochtgradiënten ten opzichte van onderdoor koelen. Onderdoor koelen geeft daarentegen gemiddeld meer productie in stuks/m2 maar met een gemiddeld lager takgewicht ten opzichte van bovendoor koelen. In beide gevallen is er een forse besparing op CO2 te behalen. De tripsaantasting is lager bij koelen doordat de luchtramen niet of minder ver geopend hoeven te worden. Ook de meeldauwaantasting is bij koelen niet hoger dan de referentie.
Onder- of bovenkoeling
De onderzoekers concluderen daarom dat uitgaande van het kasklimaat de plaatsing van Fiwihexen bovenin de voorkeur verdiend. Ten aanzien van energiebesparing heeft de plaatsing van de Fiwihexen onderin echter de voorkeur in combinatie met verwarmen.
De beslissing om wel of niet te koelen wordt grotendeels bepaald aan de hand van de kastemperatuur. Een andere factor die bij deze beslissing mee speelt is de beschikbaarheid aan CO2. Door inzichten uit dit onderzoek zal bij de telers de beslissing om wel of niet te koelen wellicht verschuiven naar andere aandachtspunten. Voor een goede houdbaarheid mag het vochtdeficit niet te laag zijn. Daarbij verhoogt een laag vochtdeficit en een hoge worteldruk het risico op vochtblaadjes.
De keuze of en hoe een teler gaat koelen zal sterk afhangen van de eisen aan de kwaliteit van het gewas, energiemanagement en bedrijfssituatie, aldus DLV Plant.