Continue monitoring van luchtkwaliteit kan helpen om gewasschade door schadelijke componenten uit rookgassen, die worden gebruikt voor CO2–dosering, te monitoren. Deze schadelijke stoffen kunnen grote gevolgen hebben voor het rendement van de bedrijven. Concentraties van schadelijke componenten kunnen sterk fluctueren in de tijd en komen zelden tot nooit alleen voor. Dit blijkt uit onderzoek van CropEye, Wageningen UR Glastuinbouw en EMS. Zij voerden onderzoek uit naar het voorkomen van schadelijke stoffen in de kas, de effecten van deze schadelijke stoffen op het gewas en naar meetmethodes.
De onderzoekers concluderen dat kasluchtmetingen naar schadelijke gassen regelmatiger moeten worden uitgevoerd. In de praktijk gebeurd dit alleen bij twijfel over de gewasgroei. Voordat deze twijfel duidelijk naar voren komt, is in een grijs gebied van wel of geen zichtbaar schadebeeld wellicht al een behoorlijke schade in productie ontstaan. Op basis van dit onderzoek is een checklist voor veilig CO2-doseren opgesteld.
Pieken in concentratie
De gasconcentraties over de dag zijn bepalend voor de toename van het risico. In het begassingsonderzoek bij Wageningen UR Glastuinbouw zijn de ‘praktijk’ pieken gesimuleerd. Het lijkt dat kortdurende blootstellingen aan hoge concentraties (acute blootstelling) leidt tot minder negatieve effecten dan verwacht gezien de generieke risicogrenswaarden. Echter dit is gewas afhankelijk en bedrijfsspecifiek en kan alleen bepaald worden op basis van kasmetigen ( NOx, Etheen).
Het is belangrijk dat de informatie snel beschikbaar is, waardoor nader onderzoek naar de bron snel en doeltreffend kan worden ingezet. De onderzoekers hebben samen met Achmea Interpolis een CO2-checklist opgesteld. Deze kan telers helpen bij het traceren van mogelijke bronnen van luchtverontreiniging en het voorkomen daarvan.
Metingen
Uit de metingen van EMS blijkt dat alle deelnemende bedrijven gedurende de winterperiode met de NOx gasconcentraties boven de risicogrenswaarde van 40 ppb zitten. Pieken NOx of etheen kunnen twee keer hoger uitvallen dan de daggemiddelden. Bij twee bedrijven zijn geen benzeen concentraties aangetroffen in de verwerkingsruimte. Wel zijn er hogere zijn concentraties SO2 / aldehyden en HF gemeten. De gemeten concentratie van SO2 en HF in de kassen is relatief hoog. De gemiddelde concentraties over de meetperiode liggen rondom de effectgrenswaarde.
Rondom de teeltbedrijven zijn aantal externe bronnen aanwijsbaar waar nu ook is gemeten en waar in eerste instantie niet meteen aan wordt gedacht. De externe bronnen die binnen het project hogere gasconcentraties voor NOx en etheen veroorzaken zijn:
Luchtkwaliteit in kassen - CropEye >
Gevoeligheid voor etheen en NOx voor paprika - WUR Glastuinbouw >
Gasmetingen in en om kassen - EMS >