De technische, teeltkundige en economische prestaties van de gesloten kas bij BiJo in ’s-Gravenzande zijn goed. Dit blijkt uit onderzoek door Wageningen UR Glastuinbouw. Het onderzoek is gefinancierd door het Productschap Tuinbouw en het ministerie van EL & in het kader van het programma Kas als Energiebron.
Opbrengst
Uit dit onderzoek blijkt dat de productie bij tomaat hoger was dan de prognose. Bij komkommer en paprika bleef de productieverhoging onder andere door ziekten en plagen minder hoog.
Het klimaat wordt geconditioneerd met luchtbehandelingskasten (LBK’s) die lucht via luchtslangen tussen het gewas blazen. Hoewel de LBK’s voldoende capaciteit hebben om de kas volledig gesloten te houden is toch regelmatig een raamkier aangehouden. In het eerste jaar is dat vooral doordat de temperatuur van de koude bron nog te hoog was, maar ook in het tweede jaar is regelmatig gelucht om de CO2-concentratie niet te hoog op te laten lopen. Over het hele jaar is een hogere CO2-concentratie bereikt dan in een gemiddelde open kas, zodat zonlicht beter is benut voor de fotosynthese. Hier is nog verdere verbetering mogelijk door meer te koelen of meer CO2 te doseren.
Energiebalans
In het eerste jaar is te veel warmte ingezet voor de ontvochtiging van de kas. In het tweede jaar is de warmtevraag vergelijkbaar met andere biologische bedrijven. Deze warmte is CO2-neutraal grotendeels opgewekt met groene stroom in een warmtepomp, terwijl 8% is opgewekt in een bio-olieketel. Het elektriciteitsverbruik van de warmtepomp is laag gebleven vanwege een hoge COP (ruim 6). Daarentegen is veel elektriciteit nodig geweest voor overige doeleinden, zoals de ventilatoren en de bronpompen.
In de periode 2008-2009 is meer warmte dan koude uit de bodem onttrokken. Op den duur kan dit leiden tot een te sterke afkoeling van de bronnen. Voor de toekomst wordt daarom geadviseerd om meer warmte te oogsten. De investering in de gesloten kas moet voor een groot deel worden terugbetaald uit een hogere prijs voor de CO2-neutrale productie.