Een proefopstelling waarbij kaslucht wordt ontvochtigd met een zoutoplossing is getest in een praktijkkas. Uit de test bleek dat het systeem in principe voldoende ontvochtigt, waardoor ook warmte kan worden geoogst. Een hogere technische robuustheid en een betere beheersing van de temperatuur en de concentratie van de zoutoplossing zouden de prestaties nog verder kunnen verbeteren. Dit staat in het eindrapport van Wageningen UR Glastuinbouw over de oriënterende proef in het kader van Kas als Energiebron.
Principe
Door kaslucht langs een geconcentreerde zoutoplossing te blazen wordt vocht uit de kaslucht onttrokken. Bij dit proces komt warmte vrij dat direct aan de (gedroogde) kaslucht kan worden afgegeven. Met dit principe kan in theorie 50% energie worden bespaard omdat de latente warmte (verdampingswarmte van water) die normaliter wordt afgelucht, nu kan worden gebruikt om de kaslucht te verwarmen. Deze energiebesparing past bij de doelen van het programma Kas als Energiebron, die daarom onderzoek hierover financieel ondersteunt.
Bij de gesloten kas van Lans Zeeland is een proefinstallatie van een tralie breed, gedurende een jaar getest door de lucht in de kas te blazen via een padwall met een continu stromende zoutoplossing. Bij dit systeem is de zoutoplossing geregenereerd (gedroogd) door middel van een vacuümverdamper en een warmtepomp, waarbij het uitgedampte water en de daarbij vrijkomende energie weer wordt teruggewonnen.
Conclusies
Hoewel de proefopstelling wegens enkele technische moeilijkheden niet het hele jaar heeft kunnen draaien, zijn er wel conclusies uit het onderzoek te trekken:
Door de ontvochtigingscapaciteit te verhogen van 1 à 1,5 g/m3 tot bijvoorbeeld 4 g/m3 kan met een veel kleiner (10 m3/m2.uur) luchtdebiet worden volstaan om op jaarbasis voldoende warmte te oogsten. Voor een hogere ontvochtigingscapaciteit zal het nodig zijn om de temperatuur en de zoutconcentratie van de zoutoplossing beter te beheersen.
Download rapport: Praktijkexperiment ontvochtigen met zouten, door Marcel Raaphorst, Wageningen UR GLastuinbouw (32 pag.)