Onderzoek door het Platform Air-Q heeft uitgewezen dat in kassen waar de ramen minder vaak open gaan, regelmatig hoge concentraties van etheen en NOx aanwezig zijn. Er zouden daarom veel vaker kasluchtmetingen moeten worden gedaan, stellen de onderzoekers. Zij adviseren om gedurende het hele seizoen metingen te verrichten.
Air-Q wordt gevormd door CropEye, Blgg, EMS, growTechnology, IRAS-UU, Innogrow en Interpolis. In het platform Air-Q wordt gewerkt aan de kennisopbouw rond luchtkwaliteit en aan de ontwikkeling van een monitoring- en adviessysteem.
In de wintermaanden worden de berekende effectgrenswaarden van schadelijke gassen voor planten vaak overschreden. Deze waardes blijken laag te zijn, namelijk 40 ppb voor NOx en 11 ppb voor etheen. In geconditioneerde kassen zijn regelmatig drie keer zo hoge concentraties gemeten. Dit kan leiden tot stress in het gewas, met productiederving en kwaliteitsverlies als mogelijke gevolgen.
CO2 dosering
De belangrijkste bron van schadelijke gassen in kassen is waarschijnlijk de CO2-dosering met gereinigde rookgassen afkomstig uit de WKK. Rookgas kan naast CO2 ook NOx, etheen en aldehyden bevatten. De concentratie van deze gassen kan worden gemeten en bij overschrijding van de drempelwaardes moet de CO2-dosering worden stopgezet. Het blijkt dat dan echter de niveaus in de kas al te hoog kunnen zijn.
De bewaking van de kwaliteit van CO2 blijkt bovendien vaak betrekkelijk, omdat er verontreinigingen mee gezogen kunnen worden op een punt in de installatie voorbij het meetpunt van de bewaking. Het luchtdicht aanleggen en luchtdicht houden van de CO2-doseerinstallatie is daarom een belangrijk aandachtspunt.
Daarnaast is in het onderzoek ook gebleken dat andere bronnen van verontreinigde gassen in en om de kas aanwezig zijn. Het gaat dan om onder andere bladblazers, vrachtwagens, heftrucks en grasmaaiers.
De metingen zijn uitgevoerd bij roos, phalaenopsis en tomaat. Er wordt geadviseerd om de luchtkwaliteit en plantvitaliteit regelmatig te monitoren. Zo nodig moet er extra worden geventileerd.
Dit onderzoek werd gefinancierd door het Ministerie van LNV, het Productschap Tuinbouw en GasTerra in het kader van het programma Kas als Energiebron.