Het ministerie van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie (EL&I) heeft een brief gestuurd aan bedrijven die boren naar aardwarmte. In de brief wordt gewezen op de eisen die gelden voor het winnen van aardwarmte. De eisen betreffen vooral veiligheid en een blijvend toezicht van experts op de aardwarmtewinning. De strenge eisen werken vertragend op de vergunningprocedure aldus Victor van Heekeren, voorzitter van het Platform Geothermie op de site Energeia.
"Samen zijn we er verantwoordelijk voor om de aardwarmtesector op een veilige manier van de grond te krijgen", aldus het ministerie. De aankondiging van ‘strikt’ beleid bij de behandeling van vergunningaanvragen is een direct gevolg van de bijvangstproblematiek bij de eerste projecten. EL&I-onderdeel Staatstoezicht op de Mijnen stelde in het najaar van 2011 ook al eisen wat betreft de aanwezigheid van expertise bij aardwarmteboringen.
Bijvangst
De risico's van boringen nemen toe wanneer niet alleen water, maar ook olie of gas omhoog komt. EL&I merkt in de brief op dat dit ‘vaker dan in eerste instantie verwacht’ blijkt te zijn. Het is belangrijk dat voldoende kennis aanwezig is. Experts moeten de boorplannen goedkeuren en ook paraat zijn tijdens de winning van aardwarmte zelf. Het ministerie vraagt bij de behandeling van aanvragen bijvoorbeeld een blik op het winningsproces: "Hoe garandeert u beschikbaarheid van voldoende geschoold personeel?", zo wil het weten. Voor een bedrijf van omvang is dat misschien te doen, maar voor een tuinder die het allemaal graag zelf wil kunnen rooien gaat dit niet zonder het inhuren van externe diensten.
EL&I stelt in de recente brief zien dat er ‘geen nieuwe vergunningen meer worden verleend, voordat duidelijk is dat de aanvrager voldoet aan de genoemde eisen’. Van Heekeren meldt op de hoogte te zijn van de strenge opstelling van EL&I. Hij is het daar mee eens, want veiligheid moet volgens hem voorop staan. Vooral waar het gaat om de eis dat, ook als de boorinstallatie weg is en de productie een feit is, experts achter de hand moeten zijn. "Het is een zware discussie", zegt Van Heekeren. "Aardwarmte is voor tuinders een eigen bron van energie, om minder afhankelijk te zijn."Dat zij ‘Nam-achtige’ partijen moeten inschakelen om aan die zelfstandige energiewinning te gaan doen, valt niet altijd lekker", aldus de voorzitter.
De discussie over deze hoge veiligheidseisen en ook financiële draagkracht van initiatiefnemers zorgt volgens Van Heekeren voor wat vertraging in de behandeling van de tientallen vergunningaanvragen die er momenteel staan voor geothermie. Toch verwacht hij dat er meer dan tien partijen mee zullen doen in de naderende aanvraagronde voor SDE+-subsidie (geothermie kan hiernaar meedingen onder de noemer duurzame warmte).