In de ZonWindKas komt duidelijk minder licht binnen dan in de Diafragmakas. De gevolgen daarvan zijn terug te zien in de gewasgroei bij de proef met Spathiphyllum. Het temperatuurverschil is tussen de twee kassen is niet groot geweest.
De planten in zowel de ZonWindKas als in de Diafragmakas hebben allemaal voor het einde van het jaar een bloeibehandeling gekregen. Op dit moment bloeit in de onderzoekspartijen niets. Er zijn wel een paar voorbloeiers gevonden bij twee cultivars die buiten het onderzoek vallen. In de planten uit de praktijk, is geen voorbloei gezien.
Metingen
In dit onderzoek is, op het temperatuurschakelpunt van vegetatief naar generatief, plantmateriaal van de diverse cultivars en de twee bedrijven naar Wageningen UR Glastuinbouw gebracht. Daar zijn metingen verricht aan de lengte, aantal scheuten, bladoppervlak en vers- en drooggewicht. De resultaten verschillen per cultivar en potmaat.
De grote lijn is dat de hogere temperaturen in de opkweek, die in de ZonWindKas en Diafragmakas heeft plaats gehad, meer lengte, bladoppervlak en drooggewicht hebben opgeleverd en in een aantal gevallen ook meer versgewicht. Het aantal scheuten (of plantjes) was daarentegen meestal iets lager.
In de Diafragmakas is meer groei gerealiseerd dan in de ZonWindKas. Dat is te wijten aan de lagere lichthoeveelheden in laatstgenoemde kas. De verschillen tussen de twee praktijkbedrijven zijn wisselend per cultivar en potmaat, maar de verschillen zijn ook niet erg groot.
Door: Helma Verberkt, DLV Plant en Filip van Noort, Wageningen UR Glastuinbouw